De zes punten van de aftekenlijst microsoldeerder

Een microsoldeerder is geen reparateur die ook kan solderen. Het is een ander vak, met ander gereedschap en een andere manier van denken. Daarom is er een aparte lijst, en die is zwaarder.
1. Meten met een labvoeding
Een toestel aan de labvoeding hangen en aflezen wat het verbruikt. Geen stroom betekent iets anders dan te veel stroom, en te veel stroom betekent kortsluiting. Wie dit kan lezen, weet binnen een minuut of hij met een bordprobleem te maken heeft.
2. Een schema en een boardview lezen
Weten waar een lijn vandaan komt en waar hij heen gaat. Zonder dat blijf je aan het gokken. Dit punt kost de meeste mensen de meeste tijd, en het is niet over te slaan.
3. Meten op het bord
Diodemetingen, spanningen op de juiste testpunten, en het vergelijken met een werkend toestel. Hier leer je ook dat een meting die je niet vertrouwt, opnieuw gedaan moet worden.
4. Componenten vervangen
Weerstanden, condensatoren en spoelen eraf en erop, zonder de pads te beschadigen en zonder het buurcomponent mee te nemen. Temperatuur, flux en tijd: die drie bepalen of het lukt.
5. Een chip verwijderen en terugplaatsen
De grote stap. Een IC eraf halen zonder het bord te koken, de pads schoonmaken, en de chip terugzetten zodat elke bal contact maakt.
6. Reballen met een stencil
De chip opnieuw voorzien van balletjes met een stencil, uitlijnen en plaatsen. Dit is het punt waarop het echte handwerk zit, en waar oefening het enige is dat helpt.
Waarom dit anders wordt gewaardeerd
Een winkel die bordniveau kan aanbieden, doet werk dat anderen doorsturen: een toestel dat niet meer aangaat, waterschade, of gegevens die van een dood toestel af moeten. Dat werk levert meer op en er is minder concurrentie in.
Daarom staat een microsoldeerder ook op een ander tarief in de bemiddeling. Wat iemand kan, staat op de lijst; wat dat waard is, hangt daarmee samen.